Erwin Rommel - Worldwar2.nl

zondag 10 september 2017

Erwin Rommel

Erwin Johannes Eugen Rommel (Heidenheim an der Brenz, 15 november 1891 - Herrlingen, 14 oktober 1944) was een Duitse generaal-veldmaarschalk. Hij speelde een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika. Zijn bijnaam was de woestijnvos. Bij de Slag bij El Alamein was hij de tegenstander van Bernard Montgomery.

Hij werd geboren als zoon van de leraar Erwin Rommel en diens echtgenote Helene von Luz. Hij volgde het gymnasium en was van plan als ingenieur bij de zeppelinfabriek in Friedrichshafen te gaan werken, maar koos op advies van zijn vader in 1910 voor een militaire loopbaan. In 1911 ging hij naar de officiersopleiding in Danzig.

Eerste Wereldoorlog


Rommel vocht in de Eerste Wereldoorlog aanvankelijk bij de infanterie en later bij een bataljon bergtroepen, het Württembergisches Gebirgs-Bataillon, dat bij wijze van Duitse steun aan de Oostenrijkse bondgenoot was uitgeleend. Het bataljon zou zich in het Alpengebied de stoottroeptactiek (voorloper van de Blitzkrieg) volledig eigen maken. De Württembergers deden van zich spreken toen twee compagnieën van hun formatie, geleid door Oberleutnant (eerste luitenant) Erwin Rommel, in oktober 1917 bij de slag om Caporetto de Italiaanse frontlinie wisten te doorbreken en een artilleriestelling overrompelden. Een Italiaans tegenoffensief werd afgeslagen en een compleet regiment Bersaglieri (zeker niet de minsten) werd krijgsgevangen gemaakt. Met de aankomst van de rest van het bataljon leidde de Oberleutnant de formatie langs de achterzijde van Monte Matajûr (in het tegenwoordige Slovenië) en kon men nog meer Italianen tot overgave dwingen. Honderdvijftig Italiaanse officieren en 9000 manschappen verlieten het slagveld als krijgsgevangenen en 81 stuks geschut werden door de Duitsers buitgemaakt. De Oberleutnant werd tot Hauptmann (kapitein) bevorderd en kreeg later voor zijn aandeel in de Slag van Longarone de Pour le Mérite uitgereikt; Rommel was één van de jongste ontvangers van deze onderscheiding, die eigenlijk voor hogere officieren was bedoeld.

Tweede Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog ging hij over naar de Reichswehr van de Weimarrepubliek, waar hij docent krijgskunde werd. Hij publiceerde in zijn boek Infanterie greift an zijn belevenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij ontmoette Adolf Hitler na diens machtsovername, werd chef van de troepen die Hitler begeleidden, en werd op 1 augustus 1939, een maand voor het begin van de Tweede Wereldoorlog door Hitler tot generaal-majoor benoemd. Ruim 4 maanden na de overwinning in Polen werd Rommel bevelhebber van de 7e pantserdivisie. Tijdens de Blitzkrieg in Frankrijk opereerde zijn divisie zo snel, dat deze de bijnaam Spookdivisie kreeg. Zelfs het Duitse opperbevel wist niet altijd waar de divisie zich bevond. Voor zijn huzarenrit door de Maginotlinie kreeg Rommel later het Ridderkruis.

In 1941 werd Rommel tot luitenant-generaal bevorderd, waarna hij het opperbevel kreeg over het Afrikakorps. Tijdens de campagne in Noord-Afrika gaven de Britten hem z'n beroemd geworden bijnaam de woestijnvos, omdat hij telkens improviseerde en trucjes gebruikte om de vijand te slim af te zijn, als dat nodig was. Na de verovering van Tobroek op 21 juni 1942, werd hij de dag daarop tot veldmaarschalk bevorderd. Zijn troepen rukten op tot El Alamein in Egypte, maar als gevolg van onvoldoende voorraden en materiaal werd het Afrikakorps vanaf oktober van dat jaar teruggedrongen door geallieerde troepen onder Bernard Montgomery naar Tunesië. Rommel slaagde er echter wel in om de terugtocht geordend te laten verlopen, wat, gezien de toen geallieerde suprematie in de lucht, een heuse krachttoer was. Hitler weigerde echter voortdurend om in te gaan op de verzoeken van Rommel om z'n soldaten naar Sicilië te evacueren. Op 9 maart 1943 keerde Rommel naar Duitsland terug in een zoveelste poging Hitler te overreden om de ernst van de situatie in te zien. Ook toen weigerde Hitler dit te doen en hield Rommel in Duitsland, om te voorkomen dat hij de nederlaag zou moeten meemaken. Op 13 mei van hetzelfde jaar capituleerde het Afrikakorps in Tunesië.

Vanaf november 1943 was Rommel als opperbevelhebber van legergroep B verantwoordelijk voor de Duitse verdediging aan de Atlantische kust in Frankrijk. Daarin verschilde hij van mening met veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, destijds opperbevelhebber van alle Duitse troepen aan het westfront: Von Rundstedt wilde de pantserdivisies meer landinwaarts opstellen, buiten het bereik van de geallieerde marine, terwijl Rommel ze langs de kust wilde positioneren. Hij was er immers van overtuigd dat als ze landinwaarts stonden opgesteld, ze dan spitsroeden moesten lopen door de geallieerde luchtmacht vooraleer ze het front zouden kunnen bereiken. Rommel inspecteerde de Atlantikwall en liet tal van verbeteringen aanbrengen. Volgens hem zouden de eerste 24 uur van de invasie de belangrijkste zijn en moest de aanvaller zo snel mogelijk worden teruggedreven, vooraleer er een bruggenhoofd kon worden gevestigd.

Intussen kwam hij in contact met een groep samenzweerders tegen Hitler. Na de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 raakte Rommel op 17 juli bij een luchtaanval in de buurt van het Franse dorp Livarot zwaargewond, toen hij per auto onderweg was. Hierdoor kon hij niet deelnemen aan de voorbereidingen van de aanslag door Claus von Stauffenberg (die onder hem in het Afrika-korps had gevochten) en de machtsovername die daarop zou moeten volgen. Rommel was overigens steeds tegen een aanslag geweest, omdat hij bang was dat dit Hitler tot een martelaar zou maken en een burgeroorlog zou veroorzaken. Hij zou zich wellicht wel ter beschikking hebben gesteld van een nieuwe regering.

Na de mislukte aanslag (20 juli) werd hij van medeplichtigheid verdacht, omdat zijn naam door de samenzweerders was genoemd. Toen hij opErwin Rommel 14 oktober 1944 thuis in Herrlingen was, kreeg hij bezoek van de generaals Wilhelm Burgdorf en Ernst Maisel die hem overhaalden zelfmoord te plegen en zo zichzelf een showproces, en zijn gezin de zogeheten Sippenhaftung te besparen. Indien hij zelfmoord zou plegen zou hij met militaire eer begraven worden en zou zijn familie leefgeld ontvangen. Na enkele minuten bedenktijd besloot Rommel zijn leven te beëindigen, en werd door de generaals het dorp uitgereden. Rommel nam in hun bijzijn een gifpil in, maar heeft nooit bekend in de samenzwering betrokken te zijn. Hij kreeg op 18 oktober een staatsbegrafenis. Het Duitse volk werd wijsgemaakt dat de populaire Rommel was overleden aan de verwondingen die hij bij het auto-ongeluk van 17 juli had opgelopen. De ware doodsoorzaak van Rommel kwam pas aan het licht tijdens het proces van Neurenberg, toen veldmaarschalk en beklaagde Wilhelm Keitel ondervraagd werd.



Reputatie

Rommels militaire successen werden niet alleen door zijn troepen en Adolf Hitler gerespecteerd, maar ook door de troepen van het vijandelijke Gemenebest tijdens de Campagne in Noord-Afrika. Rommel werd altijd beschouwd als een ridderlijke en menselijke militaire leider, in tegenstelling tot vele andere mensen in nazi-Duitsland. Zijn beroemde Afrikakorps werd nooit beschuldigd van een oorlogsmisdaad. Over de gevangengenomen soldaten van het Gemenebest tijdens de Afrikaanse Campagne werd dan ook gemeld dat ze behandeld zijn volgens de Conventies van Genève. Verder werden de orders om Joodse soldaten en burgers te doden door hem genegeerd. Deze menselijkheid was aan verschillende factoren te danken: de veldslagen die in Afrika werden uitgevochten, vonden grotendeels in zo goed als onbewoonde gebieden plaats, waardoor er amper burgerslachtoffers vielen. Zelfs als er overvallen van lokale stammen plaatsvonden, besloot Rommel deze te negeren. Ook waren de rassenkwesties niet van toepassing, in tegenstelling tot het front in de Sovjet-Unie. Ook Rommels persoonlijkheid speelde hierin een rol: hij besefte dat hoe meer soldaten sneuvelden, hoe meer leed dit voor de getroffen families betekende. Daarom moesten er geen soldaten meer worden gedood dan nodig (dus enkel het absolute minimum). Krieg ohne Hass (oorlog zonder haat) werd het motto van deze aanpak.

Rommel was zozeer gerespecteerd, dat zijn aanvankelijke Britse tegenstander in Noord-Afrika, generaal Claude Auchinleck, erdoor geïrriteerd raakte en in een notitie aan zijn onderbevelhebbers schreef dat Rommel bij de Britse manschappen niet de status moest krijgen van een boeman met bovennatuurlijke eigenschappen.

Na de val van Tobroek in juni 1942 moest de Britse premier Winston Churchill zich verantwoorden in het parlement, waarbij hij opmerkte: "We hebben te maken met een zeer bekwame en vermetele tegenstander en, als ik dat mag zeggen, dwars door de verwoestingen van de oorlog heen, een groot generaal." Na het bericht in juli 1944 dat Rommel dood was, betuigde Churchill hem zijn respect.

De Nederlandse tekstschrijver Jacques van Tol schreef een lied over Rommel, dat met veel succes werd opgevoerd in het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter. "Wat drommel, wat drommel, wat is dat met die Rommel? Die rommelige Rommel rommelt alles kort en klein!" Het werd tot lang na de nederlaag bij El Alamein nog in het programma opgenomen.

In zijn eigen land was hij niet alleen vanwege zijn bekwaamheid populair, maar ook omdat hij de uitvoering van zijn plannen leidde vanuit de frontlinie in plaats van een veilig hoofdkwartier; bovendien was hij, anders dan de meeste andere topofficieren, niet van adel.

Rommel had bewondering voor Hitlers persoonlijkheid (die werd aangewakkerd door diens eerste successen), maar de nazi-ideologie bleef hem zijn leven lang vreemd.

Persoonlijk leven

Rommel was sinds 1916 gehuwd met Lucie Maria Mollin, de dochter van een Pruisische grootgrondbezitter. In 1928 kreeg het paar een zoon, Manfred Rommel, die van 1974 tot 1996 burgemeester van Stuttgart was. Rommel had echter ook een verhouding gehad met een fruitverkoopster, Walburga Stemmer, waaruit in 1913 een dochtertje, genaamd Gertrud, was geboren. Walburga Stemmer overleed enige maanden vóór Manfreds geboorte - naar verluidt aan een longontsteking. Andere bronnen spreken echter van zelfmoord - zij zou tot de slotsom zijn gekomen dat Rommel nooit bij haar terug zou keren. Rommel en zijn echtgenote namen toen de opvoeding van de buitenechtelijke Gertrud op zich, die voor het publieke fatsoen altijd als 'nichtje' van Rommel zou worden gepresenteerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten