Operatie Barbarossa - Worldwar2.nl

dinsdag 12 september 2017

Operatie Barbarossa



Operatie Barbarossa (Duits: Unternehmen Barbarossa) was de codenaam voor de Duitse aanval op de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 gedurende de Tweede Wereldoorlog. De operatie was vernoemd naar Barbarossa, een keizer van het Heilige Roomse Rijk en leider van de kruistochten in de 12e eeuw. De operatie zelf duurde tot december 1941, maar de oorlog aan het oostfront die ermee was ingeluid, eindigde pas in mei 1945 en wel met de Duitse onvoorwaardelijke overgave aan de Sovjet-Unie en de andere geallieerden.

Het doel van de operatie was een snelle inname van het Europese deel van de Sovjet-Unie, ten westen van de AA-lijn. In het begin van de operatie boekten de Duitsers enorme terreinwinst en brachten grote verliezen toe aan het Rode Leger. In oktober liep het Duitse offensief echter vast in de modder.

Operatie Barbarossa is de grootste militaire operatie op het gebied van ingezette troepen en slachtoffers uit de geschiedenis. De mislukking van Operatie Barbarossa was een keerpunt in de oorlog en leidde de ondergang van nazi-Duitsland in. Het belangrijkste gegeven was dat Operatie Barbarossa het oostfront had geopend, hetgeen de grootste en meest bloedige campagne van de Tweede Wereldoorlog werd.

Aanleiding
Adolf Hitler had verschillende redenen voor de aanval. Op de eerste plaats vermoedde hij dat het Verenigd Koninkrijk zo hardnekkig standhield, omdat het hoopte op deelneming van de Sovjet-Unie aan de oorlog. Door die deelneming zelf te forceren, door meteen de Sovjet-Unie te vernietigen, zou hij het VK allicht tot vrede kunnen bewegen. Een tweede motief was zijn angst voor het snel groeiende militaire potentieel van het Rode Leger. Hitler was en bleef geneigd om de volle waarheid daarover te verdringen, maar hij besefte toch terdege dat het in 1942 voor een aanval te laat zou zijn. De meest fundamentele beweegreden was misschien wel dat Duitsland afgesneden was van olie en vele essentiële grondstoffen. Beter dan afhankelijk te zijn van Stalins aalmoezen (in de vorm van leveranties van graan en aardolie) kon Duitsland zich volgens hem het noodzakelijke Lebensraum door oorlog verschaffen. Dat sloot weer aan bij het volgende motief: oorlog was voor Hitler een doel op zich, en uitdrukking van de eeuwige strijd tussen de rassen, waarin de Germaanse übermensch zich superieur mocht noemen, als hij zich eenmaal had losgemaakt van het zieke joods-christelijke ideaal van de naastenliefde. Als goede oefening in de gewenste hardheid werd het officiële oorlogsdoel de totale uitroeiing van het "joodse ras", de communisten en de volledige stedelijke bevolking (dit laatste door uithongering). Zo kon een ideale samenleving worden geschapen waarin een elite van Germaanse kolonisatoren heerste over een onderlaag van ongeletterde Slavische Untermenschen, en die minder verweekt en verburgerlijkt zou zijn, en vooral blijven, dan het Duitse moederland.

Op de dag van de aanval, 22 juni 1941, rechtvaardigde Hitler deze tegenover zijn Italiaanse bondgenoot Mussolini als volgt: "Indien de omstandigheden mij zouden dwingen de Duitse luchtmacht tegen Engeland in te zetten, bestaat het gevaar dat Rusland zijn afpersingsstrategie weer zal toepassen en dat ik zwijgend zou moeten toegeven, eenvoudig, omdat ik me in de lucht niet sterk genoeg voel. [...] Engeland zal dan nog minder bereid zijn om vrede te sluiten, aangezien het dan zijn hoop op de Russische partner kan richten. Sterker nog, deze hoop zal groeien naarmate de paraatheid van de Russische strijdkrachten toeneemt. En daarachter dreigen dan nog de massale wapenleveranties uit Amerika die zij in 1942 hopen te krijgen. [...]Ik ben daarom, na mij lange tijd het hoofd te hebben gebroken, eindelijk tot het besluit gekomen dat ik de strop moet doorsnijden voor die kan worden aangetrokken

De Duitse strategie
De Duitse strategie was de eenvoud zelve. In een toepassing van de in mei 1940 min of meer bij toeval ontdekte tactiek van de Blitzkrieg zouden vier pantserlegers de Sovjettroepen omsingelen. Dit moest ten westen van de rivieren de Dvina en de Dnjepr gebeuren. Na de vernietiging van de ingesloten troepen in de eerste weken, was het verder een kwestie van snel oprukken om het overigens weerloze land te bezetten. Hitler zelf gaf na de uitschakeling van het Rode Leger de prioriteit aan een opmars op de flanken, waar de inneming van de wapenproductiecentra van Leningrad en Charkov het Rode Leger zou beroven van iedere mogelijkheid de oorlog voort te zetten. De generale staf gaf de voorkeur aan Moskou als hoofddoel: door het land zijn zenuwcentrum en centrale spoorwegknooppunt te ontnemen zouden de commandostructuur en bevoorrading worden lamgelegd. Maar men was in ieder geval toch van plan die zomer een lijn te bereiken die zou lopen van Archangelsk via Gorki tot Stalingrad. Voor die opmars had men een kleine vier maanden de tijd, want midden oktober zouden de dalende temperaturen het onverharde wegennet in onbegaanbare modderbanen veranderen: het water van de herfstregens zou niet meer verdampen.

Een hopeloze taak
Het bezetten van zo veel land was bijna onmogelijk, ook als er geen enkele tegenstand zou zijn geweest. In werkelijkheid zouden de Duitsers het grootste en zwaarst bewapende leger ter wereld op hun pad vinden. Van de precieze sterkte en bewapening van dat leger wist Hitler heel weinig, en wat hij wist verkoos hij te negeren. Dat gold overigens voor de meeste Duitse generaals. Het Duitse bevel had als zwakte dat het geen goede spionagedienst bezat en dus ook geen complete informatie bezat over vijandelijke troepensterktes. Normaliter had men in die dagen voor een geslaagde aanval een numeriek overwicht over de gehele frontbreedte nodig van minimaal drie op één. Maar in dit geval was het de verdediger die een overwicht bezat: tweemaal zoveel manschappen, zesmaal zoveel tanks en artillerie. Daarbij begunstigde de geografie het defensief enorm: grote rivieren liepen dwars op de opmarsrichting, de wegen doorsneden enorme moerasbossen en waren dus eenvoudig af te grendelen. De sovjets hadden dus een voor de hand liggende strategie tot hun beschikking die een volkomen succes garandeerde: de tactiek toepassen van het vertragend gevecht in de diepte. De Duitsers zouden na twee maanden een eindeloze reeks grendelstellingen te hebben doorbroken, totaal door hun manschappen en munitie heen zijn. Halverwege Moskou had men ze dan kunnen opvegen.

Toch heerste bij Hitler en de Duitse generaals optimisme. In 1918 had het Duitse leger in Rusland immers ook een kolossale overwinning behaald. De ondermaatse prestaties van het Rode Leger in de Winteroorlog droegen hier nog verder aan bij. Bovendien geloofden de nazi's dat de Slavische volkeren waaronder de Russen inferieur aan de Duitsers waren. Men dacht dat na een snelle overwinning op het Rode Leger de Sovjetmaatschappij zou ineenstorten of in ieder geval niet meer in staat zou zijn tot serieuze tegenstand. Hitler beweerde: 'Trap de deur in en het hele verrotte bouwwerk stort in!'

Bongenoten
Een aantal bondgenoten van Duitsland steunde de veldtocht tegen de Sovjet-Unie, en droeg bij met militaire hulp. Deze legers waren echter qua uitrusting inferieur aan de Duitse legers.

Roemenië was in het oostelijk strijdtoneel Duitslands voornaamste bondgenoot, en droeg 18 divisies bij aan de campagne van Legergroep Zuid. Het land was compensatie beloofd voor de gebiedsafstanden aan Hongarije, Bulgarije en de Sovjet-Unie die het in 1940 had moeten accepteren. Zowel het in 1940 door de Sovjet-Unie geannexeerde gebied als een aangrenzend gebied oostelijk van de Dnjestr (Transnistrië) zou het land mogen annexeren.

Finland had een bondgenootschap gesloten met Duitsland uit onvrede over de gebiedsafstand aan de Sovjet-Unie na de Winteroorlog, en viel synchroon met Legergroep Noord de Sovjet-Unie binnen. De Finnen sloten de belegeringsring om Leningrad aan de oostzijde, maar deden niet mee aan aanvallen op de stad zelf. Verder hielden ze een deel van Karelië bezet.

Hongarije had geen specifieke grief tegen de Sovjet-Unie, maar steunde de veldtocht toch met een meer symbolische bijdrage van een enkele divisie. Reden hiervoor was dat Miklós Horthy bang was dat Duitsland de voordelige gebiedstoewijzigingen uit 1939 en 1940 (deels) zou terugdraaien op verzoek van Slowakije en Roemenië. Hoewel Hongaarse soldaten deelnamen aan de campagne van Legergroep Zuid met de Roemenen moesten Hongaarse en Roemeense eenheden uit elkaar worden gehouden wegens de slechte relatie tussen beide landen.

Slowakije droeg met twee divisies bij aan Operatie Barbarossa in de hoop dat het bij de definitieve vredesregeling wellicht een deel van het aan Hongarije afgestane gebied zou terugkrijgen. De divisies hielden zich vooral bezig met ordehandhaving achter de frontlijnen.

Italië stuurde 60.000 manschappen naar het oostfront in de hoop dat Duitsland de Italiaanse aanspraken gunstig zou beoordelen.

Spanje stuurde de Blauwe Divisie naar het oostfront. Dit waren Spaanse nationalistische vrijwilligers die vochten onder Duits commando. Deze bijdrage was grotendeels bedoeld als dank voor de Duitse hulp aan de nationalisten in de Spaanse Burgeroorlog, en als 'goedmakertje' na de Spaanse weigering formeel tot de As toe te treden. De Blauwe Divisie telde op zijn hoogtepunt 18.104 manschappen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen